Regels en criteria

Wij hanteren landelijke regels en criteria bij het beoordelen of iemand een voedselpakket krijgt. Een aanvraag van een voedselpakket loopt altijd via een hulpverlener.

Hieronder leest u een samenvatting van de regels en criteria voor het aanvragen van een voedselpakket. 

 

1. Normbedragen


De normbedragen van 2018 zijn als volgt:

  • Basisbedrag per huishouden: € 130,-
  • Per persoon:€ 85,-
Aantal kinderen  alleenstaand  echtpaar/samenwonenden 
215  300 
300  385 
385  470 
470  555 
555  640 
640  725 

Uitgangspunt is dat ieder huishouden 1 pakket ontvangt. Het normbedrag voor toelating conform criteria en de grootte van het voedselpakket wordt met name bepaald door het aantal inwonende gezinsleden.

Heeft u wekelijks leefgeld, dan berekenen we het maandbedrag door het weekbedrag te vermenigvuldigen met 4,3333.

Wanneer u leefgeld heeft, moet uw hulpverlener het actuele budgetplan meesturen.

2. Inkomsten


Hieronder vallen alle netto inkomsten, inclusief toeslagen en (voorlopige) teruggaaf inkomstenbelasting van aanvrager, van de partner of inwonende volwassene waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd. Voor inwonende (kostgeld verdienende) kinderen of andere familieleden gaan we uit van een bijdrage van € 200,- per persoon en we tellen bijvoorbeeld het kind gebonden budget ook mee.

Niet meegeteld worden:

  • inkomsten die een specifiek doel hebben, zoals langdurigheidstoeslag en kleine inkomsten uit hobby
  • vakantietoeslag
  • kinderbijslag
  • studiefinanciering inwonende kinderen
  • persoonsgebonden budget (PGB)
  • neveninkomsten van kinderen zoals krantenwijk, bijbaantje e.d.

3. Uitgaven


Bij de uitgaven tellen alleen de kosten mee van de personen van wie het inkomen is meegeteld. Kosten, die bijvoorbeeld vanuit de kinderbijslag of persoonsgebonden budget worden voldaan, tellen dus niet mee. De meest voorkomende zaken die bijna alle uitgaven afdekken zijn:

  • Huur
  • Rente en aflossing hypotheek
  • Energie en water
  • Premie zorgverzekering
  • Het eigen risico van de zorgverzekering en eventuele niet te vergoede medische kosten tot een  maximum van € 50,- per volwassene
  • Premie overige verzekeringen (zoals: inboedel-, WA- en begrafenisverzekering). Tezamen met de zorgverzekering van de hoofdaanvrager tot een maximum van € 165 per maand
  • Telefoon, TV en Internet (werkelijke kosten met een maximum van € 54,– p.m.)
  • Kosten persoonlijke verzorging, was- en schoonmaakmiddelen voor een vast bedrag van € 42,-
  • Gemeentelijke belastingen (voor zover die daadwerkelijk worden betaald)
  • Belastingen Waterschap (voor zover die daadwerkelijk worden betaald)
  • Aflossing van schulden (schulden aan familieleden worden in beginsel niet meegenomen)
  • Kosten kinderopvang mits noodzakelijk
  • Kosten vervoer voor onder andere woon-werkverkeer en op medische gronden, maximaal € 25,-
  • Overige uitgaven dienen altijd gespecificeerd te worden

Niet meegeteld worden:

  • Kosten van huisdieren
  • Premie voor spaar-, pensioen- of overlijdensrisicoverzekering met spaarelement, voor zover niet verbonden aan de eigen woning

4. Hardheidsclausule


Het is onmogelijk om alle situaties te vangen in regeltjes. Indien het toepassen van de hiervoor vermelde regels, in zeer bijzondere situaties, tot ongewenste situaties leidt, kan de beoordelaar van de voedselbank bij uitzondering, maar wel onderbouwd, afwijken van deze regels.

Studenten krijgen geen voedselpakket
Studenten komen niet in aanmerking voor een voedselpakket omdat zij studiefinanciering krijgen en met een bijbaantje geld bij kunnen verdienen.